Skip to main content

LEZING ' De Tweede Sint-Elisabethsvloed 1421-2021. Kwetsbaarheid en veerkracht van het middeleeuwse kustgebied'.

Precies 600 jaar geleden trof de tweede Sint-Elisabethsvloed de kusten van de Lage Landen. Deze overstroming is in Nederland vooral bekend door de teloorgang van de Grote Waard bij Dordrecht, waarbij meer dan 20 dorpen en een gebied van 387 km² permanent onder water kwam te staan. Het natuurgebied De Biesbosch herinnert nog steeds aan deze gebeurtenis. Ook in Zeeland en langs de Westerschelde – ondermeer bij Biervliet – werden overstromingen gemeld. De vloed van 1421 was ook niet de enige die het laatmiddeleeuwse kustgebied teisterde. Alleen al rond het feest van Sint-Elisabeth – vroeger gevierd op 19 november - vonden op twintig jaar tijd drie grote stormvloeden plaats – in 1404, 1421 en 1424. Nog tien jaar eerder verdween in de Sint-Vincentiusnacht van 1394 het oude Oostende in zee en in de jaren 1374-76 ontstond een heuse binnenzee – de Braakman – in de voormalige turfgebieden in het noorden van Vlaanderen. In het ruime gebied van de Scheldemonding verdwenen zeker 100 middeleeuwse dorpen in deze periode. In deze lezing onderzoeken we waarom de Noordzeekust zo kwetsbaar bleek voor stormvloeden in de late middeleeuwen. Waren de dijken slecht onderhouden? Waren de dijkdoorbraken het gevolg van een algemene economische malaise, die ook de handelsstad Brugge trof? Was de samenleving verzwakt door pest, honger en oorlog? Of was klimaatverandering in het spel? We bevinden ons immers in de klimatologische overgang van de Warme Middeleeuwen naar de Kleine IJstijd. We kijken naar de organisatie en de financiering van het dijkonderhoud, maar ook naar de veranderende omgang met de zee en het water. De Sint-Elisabethsvloed van 1421 heeft zeker in Nederland bijgedragen tot het idee van stormvloeden als de ultieme vijand van de kustbewoner: wij tegen het water werd er het fundament van de nationale identiteit. Het idee van stormvloeden als grote rampen die een hele samenleving in gevaar brachten en enkel door middel van betere technologie en organisatie overwonnen konden worden, mag echter niet zomaar op de middeleeuwen geprojecteerd worden. Niet elke stormvloed leidde tot een ramp. Er zijn zelfs goede redenen om aan te nemen dat maar weinig mensen zijn omgekomen tijdens de drie Sint-Elisabethsvloeden. Overstromingen werden in toenemende mate een probleem rond 1400 maar dan niet zozeer door het toenemende stormgevaar, maar wel omdat de samenleving steeds minder goed om kon met het terugkerende water én omdat de overstromingen ingezet werden als wapen tegen de kustbewoners.


Tim Soens (°1977) is hoogleraar milieugeschiedenis verbonden aan het Centrum voor Stadsgeschiedenis van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek richt zich op de lange-termijnevolutie van de interactie tussen mens en natuur in verstedelijkte samenlevingen, tussen de late middeleeuwen en de negentiende eeuw. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de geschiedenis van rampen en calamiteiten, rivier- en kustgebieden, stadslandbouw en de ecologische interactie tussen stad en platteland. Aan CSG coördineert hij GIStorical Antwerp – een historische GIS-infrastructuur voor stedelijke samenlevingen – en de onderzoeksprojecten EPIBEL over epidemieën en ongelijkheid in de geschiedenis van België en Food from Somewhere, over stedelijke voedselvoorziening in de late middeleeuwen, naast de “markt”. Hij is tevens partner van AIPRIL – het door de Vlaamse overheid met excellentiefinanciering bekroonde Antwerp Interdisciplinary Platform for Research into Inequalit

Details

Begin: 14 november 2021
10:00
Einde: 14 november 2021
12:00
Hello Bruges (Gidsenkring Brugge vzw)

Biekorf Theaterzaal, Sint-Jakobsstraat, Brugge, België

Sint-Jakobsstraat 8
8000 Brugge Vlaanderen
België

Andere evenementen

Gedetecteerde tijdzone